5. Rust of onrust

Lang geleden voelde ik me 'onverklaarbaar moe'. Althans, toen kon ik het niet verklaren, maar nu , terugkijkend, wel. Ik had drie soorten werk tegelijk en dat nam per week gemiddeld zestig uur in beslag. Daarnaast was er nog van alles in de vrijwillige sfeer. Maar het was allemaal leuk om te doen, het was allemaal niet zo inspannend, er was geen lichamelijke zware arbeid bij. Wel was er een doorlopende stroom van indrukken en een doorlopend omschakelen van het een naar het ander. Ik reed een schoolbus, ik stond op kunstmarkten en braderieën, maakte daar de ‘voorraad’ voor en nam daarnaast nog ontwerp- en illustratie opdrachten aan. En daarnaast dus dat vrijwilligerswerk.
Maar ik vond eigenlijk niet van me zelf dat ik nou zo hard werkte, daar was het allemaal ook te leuk voor. Toch was er dus die onverklaarde vermoeidheid en vooral bij vlagen een grote lusteloosheid. We hadden in die tijd een bijzonder soort arts (die betaalden we zelf vanuit een soort patiëntenvereniging). Daar ging ik dus maar eens naartoe. Ik vond weliswaar niet dat ik ziek was, maar toch, ik betaalde er voor, dus moest ik er ook maar eens iets aan hebben.
Ik vertelde mijn verhaal, er was alle tijd voor me, en de afronding was naar ik hoopte een handig pilletje dat me homeopathisch zou verlossen van mijn ongemakken. Maar nee, niets daarvan. Ik kreeg het advies om iedere dag een heel eind te gaan hardlopen, dat deed die arts zelf ook en dat beviel prima, dat was voor iedereen goed, dus waarom voor mij niet...

Ik ging wat ontgoocheld heen, hier had ik niet veel aan. Mijn hele leven was het me gelukt om dergelijke zinloze bezigheid te vermijden, allerlei gefantaseerde kwalen hadden me behoed voor schoolzwemmen en bovenal gymnastiek, en dan zou ik van zo’n dure zelfbetaalde arts moeten gaan hardlopen. Niet dus. Ik voelde me meteen al een heel stuk beter bij dat koppige besluit.

We leven in een tijdsbeeld waarin ongemakken aangepakt moeten worden door 'iets te doen'. Ik moest mijn lusteloosheid te lijf door te gaan rennen en niet door rustig te gaan zitten bijkomen. Gewoon wandelen wordt gezien als niets doen en dat is uit den boze. We moeten Nordic Walken of joggen, dat is wel actief. Rustig zitten genieten van het uitzicht is niets doen, we moeten, bij voorkeur paraglijdend of met snowboard dat zelfde uitzicht verzieken, dat is wel actief.

Mediteren is het beoefenen van 'enkelpuntige concentratie'. Dat kan op vele manieren, dat kan per keer lang duren of kort, je kan er speciaal voor gaan zitten of het gewoon tussendoor doen. Het maakt niet uit. Mediteren is het tegenovergestelde van actief zijn, stiller en meer op je zelf gericht kan je niet zijn. Maar je komt daarmee wel in de buurt van iets in je zelf waarin je kracht zit. Fitter dan door meditatie kan je niet worden. Een andere manier om je ziel kracht te geven is er niet.

Als je sporten leuk vindt, moet je het zeker niet laten, maar nodig is het niet, nergens voor.
Niets doen is effectief 'beter worden', vooral als dat 'niets' een vorm van mediteren is.
  View this article in PDF format Print article Send article